Een werknemer is bijna altijd via zijn werkgever verzekerd voor zijn oude dag, denk daarbij aan een pensioen. Voor een directeur-grootaandeelhouder bestaat zelfs de mogelijkheid om zijn pensioenopbouw onder te brengen in de eigen vennootschap. Voor specifieke beroepen is een verplichte pensioenregeling tot stand gebracht (voor schilders en medici bijvoorbeeld). In alle overige gevallen zal een ondernemer desgewenst zelf voor een Oudedagsreserve moeten zorgen.

In dit artikel wil ik bespreken welke mogelijkheden een ondernemer heeft om zich fiscaal voordelig te verzekeren voor zijn pensioen, aan welke voorwaarden dat is gebonden en wat de voor en nadelen zijn van die mogelijkheden.

Fiscale Jaarruimte

De ondernemer kan gebruik maken van de Fiscale Jaarruimte. Dit is een faciliteit die door alle Nederlanders kan worden gebruikt, en niet specifiek ondernemers. De wetgever heeft ingezien dat veel Nederlanders niet optimaal verzekerd zijn voor hun pensioen.

Daarom geeft de wetgever iedereen de mogelijkheid om uitgaven voor je pensioen af te trekken van het belastbaar inkomen. Hierdoor betaal je in een bepaald jaar minder Inkomstenbelasting.

De hoogte van aftrek

Je mag net zoveel geld storten in je pensioen als je wilt. Echter mag je maar een bepaalde hoeveelheid fiscaal aftrekken. Hierbij geldt dat je een formule kunt gebruiken om de jaarruimte te berekenen. Voor een verdere uitleg over de formule is dit een handige site.

Formule voor het berekenen van de Jaarruimte: ( 0,133 x premiegrondslag ) – ( 6,27 x Factor A ) – F – S

Premiegrondslag: De premiegrondslag bestaat uit uw inkomensbestanddelen minus de AOW franchise.

Factor A: Dit is uw aangroei van pensioenaanspraken
F: Toename Oudedagsreserve
S: vrijwillige bijdrage op een pensioenregeling, waarvoor bedrijfsspaargelden zijn gedeblokkeerd

Over welke jaren/reserveringsruimte

Je kunt jaarlijks extra pensioen opbouwen door geld te storten naar een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening. Zolang het gestorte bedrag binnen de jaarruimte blijft, mag je dit bedrag aftrekken van je belastbaar inkomen bij de aangifte Inkomstenbelasting. Let op: wil je de aftrek genieten over het fiscale jaar 2017, dan moet je de storting voor 31 december 2017 gedaan hebben.

Je kunt jaarlijks de jaarruimte berekenen. Mocht je een jaar niet gebruik maken van deze fiscale ruimte, dan blijft de jaarruimte beschikbaar en wordt het de reserveringsruimte genoemd. Ga je weer geld storten voor extra pensioen, dan wordt eerst naar de oudste jaren gekeken en daar uit de reserveringsruimte geput. Je kunt een niet-genoten jaarruimte 7 jaar bewaren. Daarna vervalt het recht om die jaarruimte te genieten.

Voorbeeld: Je hebt in de aangifte van 2011 (fiscaal jaar 2010) een jaarruimte van €10.000,- berekend. Echter je hebt in 2010 niets gestort, dus in 2011 is je reserveringsruimte verhoogt met €10.000,- Als je in de jaren 2012, 2013 en 2014 dezelfde jaarruimte hebt berekend en niet hebt gestort, dan is in 2014 de reserveringsruimte €40.000,- Mocht je nu voor 31 december 2014 €15.000,- storten voor je pensioen, dan zal de reserveringsruimte afnemen met 10.000,- van het fiscale jaar 2010 en vervolgens met 5.000 van het fiscale jaar 2011.

Oudedagsreserve

Een andere mogelijkheid om voor een pensioen te verzekeren wordt de oudedagsreserve genoemd. Dit is een fiscale faciliteit specifiek voor de IB-ondernemer. Soms wordt in de praktijk nog de afkorting FOR gebruikt. Dit is afgeleid van de vroegere wettelijke benaming ‘fiscale oudedagsreserve’. Jaarlijks kan de ondernemer ten laste van de fiscale winst een bepaald bedrag reserveren. Gedurende de periode van opbouw is er dus geen sprake van een echte oudedagsvoorziening. Het is slechts een potje van uitgestelde belasting. De ondernemer hoeft dit potje niet werkelijk te storten naar een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening.

De hoogte van de aftrek en de voorwaarden

De toevoeging bedraagt 9,44% van de winst uit onderneming, met een maximum van €8.775,-
Toevoegen mag onder de volgende voorwaarden:
• De ondernemer moet voldoen aan het urencriterium.
• De ondernemer heeft aan het begin van het jaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt.
• Betaalde premies voor oudedagsvoorzieningen die ten laste komen van de winst, komen in mindering van de toevoeging.
• De toevoeging mag niet groter zijn dan het verschil tussen het ondernemingsvermogen bij het eind van het jaar en de stand van de oudedagsreserve bij het begin van dat jaar.

Verschil tussen Jaarruimte en Oudedagsreserve

De Jaarruimte of de Reserveringsruimte moet in een lijfrenteverzekering of bankspaarrekening gestort worden om fiscaal als aftrekpost te doen laten gelden. Je zult dus liquide middelen moeten hebben. Helaas staat het vermogen van een ondernemer vaak niet op de bank, maar zit het in zijn onderneming. Hierdoor is deze oudedagsverzekering niet aantrekkelijk voor de (startende) ondernemer.

De Oudedagsreserve is doordat je niet direct liquide middelen nodig hebt een ideaal instrument voor de ondernemer zich te verzekeren voor zijn oude dag. Belangrijk is wel voor de ondernemer te begrijpen dat er zich geen pot met geld wacht. De ondernemer maak slechts gebruik van een aftrekpost. Ieder jaar dat de ondernemer geld reserveert, geldt deze reservering als uitgestelde belasting.

Voorbeeld: Jan is tien jaar ondernemer geweest. In die tien jaar heeft hij 10 maal €10.000,- in zijn Oudedagsreserve gestopt. Na die tien jaar wil de Belastingdienst over €100.000,- afrekenen. Dit is dan de uitgestelde belasting.

Overigens kan de ondernemer tussentijds de oudedagsreserve vrijwillig afbouwen. Dit scheelt een grote rekening aan het eind van de rit. Wat er nog meer mogelijk is daarover kan ik nog vele artikelen vol schrijven. Graag kijk ik met u mee naar de vragen en wensen. U kunt vrijblijvend contact opnemen met de Cijferbaas. Graag tot ziens!